<?xml version="1.0" encoding="utf-8" standalone="yes"?>
<rss version="2.0" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">
  <channel>
    <title>LOW←TECH MAGAZINE Nederlands</title>
    <link>https://qelnixcor.cloud/nl/tags/food-and-farming/</link>
    <description>Deze website draait op zonne-energie, wat betekent dat ze af en toe uit de lucht gaat</description>
    <generator>Hugo 0.111.3</generator>
    <language>nl</language>
    <lastBuildDate>Tue, 03 Oct 2023 00:00:00 +0000</lastBuildDate><atom:link href="https://qelnixcor.cloud/nl/tags/food-and-farming/index.xml" rel="self" type="application/rss+xml" />
    <item>
      <title>Boerderij op Menskracht</title>
      <link>https://qelnixcor.cloud/nl/2023/10/boerderij-op-menskracht/</link>
      
      <enclosure url="https://qelnixcor.cloud/nl/2023/10/boerderij-op-menskracht/images/dithers/boerderij-tekening_dithered.png" type="image/png" length="58372" ></enclosure>
      <pubDate>Tue, 03 Oct 2023 00:00:00 +0000</pubDate>
      
      <guid>https://qelnixcor.cloud/nl/2023/10/boerderij-op-menskracht/</guid>
      <description>&lt;p&gt;&lt;img src=&#34;images/boerderij-tekening.png&#34; alt=&#34;Afbeelding: Boederij op menskracht. Tekening: Melle Smets&#34;&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het is 2050 en de Nederlandse landbouw is volledig klimaatneutraal. De mechanisering is teruggedraaid, er werken weer meer mensen op het veld, boederijen zijn opnieuw kleiner geworden. Technologische innovatie heeft er voor gezorgd dat het werk op de boerderij een stuk comfortabeler, ergonomischer, veiliger en efficiënter kan.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;steeds-minder-boeren&#34;&gt;Steeds minder boeren&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Gedurende het grootste deel van de geschiedenis draaide de landbouw grotendeels op menskracht. Vanaf de neolitische revolutie (ongeveer 10.000 jaar geleden) tot aan het begin van de Industriële Revolutie werkte meer dan 75% van de globale beroepsbevolking in de landbouw. Sinds de negentiende eeuw werd dat aandeel steeds kleiner. Het daalde tot 51% in 1970 en tot 27% in 2020, toen wereldwijd ongeveer 1 miljard mensen op het land werkte. &lt;sup id=&#34;fnref:1&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:1&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;1&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;sup id=&#34;fnref:2&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:2&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;2&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Er waren echter grote regionale verschillen. In 2018 was slechts 5,9% van de Europese beroepsbevolking en 1,7% van de Noord-Amerikaanse beroepsbevolking werkzaam in de landbouw, terwijl dat aandeel in minder geïndustrialiseerde landen veel hoger lag: bijna 26% in Azië en meer dan 53% in Afrika. Ook binnen Europa waren er grote verschillen. Nederland was in 2020 wereldwijd koploper op het vlak van mechanisering, met slechts 1,2% van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw – minder dan 125.000 mensen op een totaal van ongeveer 10 miljoen.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;steeds-meer-machines-en-fossiele-brandstoffen&#34;&gt;Steeds meer machines en fossiele brandstoffen&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Een belangrijke reden voor het dalende aandeel landbouwers in de beroepsbevolking was mechanisering. &lt;sup id=&#34;fnref1:2&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:2&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;2&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;sup id=&#34;fnref:3&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:3&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;3&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;sup id=&#34;fnref:4&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:4&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;4&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Taken die eeuwenlang manueel of met lastdieren werden uitgevoerd, werden in de moderne tijd steeds vaker afgehandeld met behulp van machines en fossiele brandstoffen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Zo daalde het aandeel menselijke arbeid in de landbouw globaal met 9,5% tussen 1971 en 2017, terwijl het gebruik van fossiele brandstoffen toenam met 38%. In Nederland was de opmars van fossiele brandstoffen in de voedselproductie nog opmerkelijker: het energieverbruik steeg met 400% tussen 1950 en 2020.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De mechanisering in de landbouw ging samen met een trend naar steeds grotere boerderijen. Het gebruik van machines kostte veel startkapitaal, waardoor boeren steeds afhankelijker werden van banken en gedwongen werden om steeds grootschaliger te produceren – voor een karig inkomen.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2023/10/boerderij-op-menskracht/images/dithers/stem_dithered.png&#34; alt=&#39;Afbeelding: De boeren zijn boos. Foto: Melle Smets.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Afbeelding: De boeren zijn boos. Foto: Melle Smets. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Begin jaren 2020 werd duidelijk dat deze evoluties enorme maatschappelijke kosten veroorzaakten. Een grootschalige, op fossiele brandstoffen draaiende landbouw was niet compatibel met het terugdringen van emissies om de klimaatverandering tegen te gaan.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Bovendien had de Nederlandse voedselproductie een nadelige invloed op het milieu en de gezondheid door vervuiling met stikstof en toxische chemicaliën, afkomstig van chemische gewasbescherming. Bodemerosie en afnemende biodiversiteit bedreigden het voortbestaan van de landbouw op langere termijn. Tot overmaat van ramp kon Nederland ondanks alle technologie niet in de eigen voedselproductie voorzien. Het grootste deel van de Nederlandse landbouwopbrengst (75%) was bestemd voor uitvoer, en tegelijk werd heel veel voedsel ingevoerd.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;stijging-arbeidsproductiviteit-is-wassen-neus&#34;&gt;Stijging arbeidsproductiviteit is wassen neus&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Het was niet eenvoudig om de Nederlandse landbouw een andere richting uit te sturen. Lange tijd leefde het idee dat er zonder grootschalige technologie niet voldoende voedsel kon worden geteeld. Door de inzet van fossiele brandstoffen en machines kon er in 2020 ongeveer 17% meer voedsel op een hectare worden geteeld dan in 1950. De arbeidsproductiviteit – het aantal hectare dat 1 persoon kan bewerken – nam zelfs toe met 73%.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Gaandeweg groeide echter het inzicht dat de technologie en de schaalvergroting die hiervoor verantwoordelijk waren, ook indirecte arbeid en landgebruik met zich meebrachten, vaak buiten de Nederlandse grenzen. [4] Het gaat dan om het verbouwen van veevoer, het ontginnen van materialen, het produceren van landbouwmachines, kunstmest, bestrijdingsmiddelen, antibiotica, enzovoort.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2023/10/boerderij-op-menskracht/images/dithers/tentoonstelling-boerderij_dithered.png&#34; alt=&#39;Afbeelding: Boerderij op menskracht, tentoongesteld op &amp;amp;ldquo;Kunst van hier tot ginder&amp;amp;rdquo;. Foto: Melle Smets.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Afbeelding: Boerderij op menskracht, tentoongesteld op &#34;Kunst van hier tot ginder&#34;. Foto: Melle Smets. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Toen deze indirecte input mee in rekening werd gebracht, bleek dat de arbeidsproductiviteit en de opbrengst per hectare nauwelijks waren toegenomen. Het enige voordeel van de grootschalige mechanisering was dat er minder Nederlanders op het veld werkten. Het was tijd voor een fundamentele omslag in het landbouwbeleid. Die kwam er uiteindelijk in 2027, toen boerenprotesten in Den Haag uitmondden in grootschalige vernielingen en de aanval op de toenmalige minister van Landbouw.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;minder-machines-meer-menskracht&#34;&gt;Minder machines, meer menskracht&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;In het nieuwe landbouwbeleid werden de belangrijkste trends van de afgelopen decennia omgedraaid. Er werd opnieuw meer menskracht (en dierkracht) ingezet, en minder machines. Boerderijen werden weer kleiner, en Nederland begon in de eerste plaats voor eigen consumptie voedsel te telen. De ommekeer in het landbouwbeleid was echter geen terugkeer naar het verleden. Er werden veel nieuwe machines en gereedschappen ontwikkeld. Innovatie was niet langer exclusief gericht op het verminderen van de arbeidskrachten. De nadruk van de technologische ontwikkeling lag nu op het aangenamer, efficiënter, ergonomischer, gezonder en veiliger inzetten van menskracht. &lt;sup id=&#34;fnref1:4&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:4&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;4&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Voor de komst van de mechanisering was werken in de landbouw flink zwoegen. &lt;sup id=&#34;fnref:5&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:5&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;5&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Veel manuele handelingen waren niet ergonomisch en maakten dat mensen al op relatief jonge leeftijd met veel lichamelijke problemen kampten. Bijvoorbeeld manueel onkruid wieden of graan oogsten met een sikkel impliceert dat de landbouwer zowat de hele dag in een gebogen positie staat, vaak met zware rugklachten als gevolg.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Dankzij het gebruik van lichte voertuigen met ligbedden, voortbewogen door een zonnepaneel en een elektrische motor, kon onkruid worden gewied zonder rugklachten. Graan oogsten met een zeis in plaats van een sikkel had een vergelijkbaar effect. &lt;sup id=&#34;fnref:6&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:6&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;6&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; In 2030 werden 10.000 Nederlanders opgeleid in het kundig hanteren van de zeis, die enige vaardigheid vereist. Gaandeweg werden ook steeds meer ossen en werkpaarden ingezet.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img  vertical&#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2023/10/boerderij-op-menskracht/images/dithers/detail-boerderij-1_dithered.png&#34; alt=&#39;Afbeelding: Boerderij op menskracht, detail. Tekening: Melle Smets.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Afbeelding: Boerderij op menskracht, detail. Tekening: Melle Smets. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Een belangrijke ontdekking tijdens deze periode was dat grootschalige landbouwmachines helemaal niet zo energie-efficiënt waren als gedacht als ook de input van energie in rekening wordt gebracht. Zo leverde een vergelijking tussen vijftien historische en moderne technieken voor het oogsten van graan de conclusie op dat slim ontwikkelde manuele oplossingen vijf keer energie-efficiënter zijn dan ouderwetse manuele technieken. &lt;sup id=&#34;fnref1:6&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:6&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;6&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Grootschalige, op fossiele brandstoffen draaiende machines bleken slechts 1,75 keer efficiënter te zijn. Vooral op pedaalkracht werkende machines voor het bewerken van landbouwgewassen kunnen veel menskracht besparen, omdat ze de menselijke energieproductie met een factor drie tot vier verhogen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Ten gevolge van deze ontwikkelingen blijft de toename van het aantal werkkrachten in de Nederlandse landbouw in 2050 beperkt tot zo’n anderhalf miljoen mensen – ongeveer 15% van de beroepsbevolking. De grotere nood aan arbeidskrachten tijdens het oogstseizoen wordt opgelost door tijdelijk een groter deel van de bevolking in te schakelen, die in de late zomer een aantal weken of maanden op het land kamperen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Vooral de beruchte oogstfeesten die daarbij horen, maken dat er tot nog toe geen enkel probleem is om voldoende tijdelijk arbeidskrachten te vinden. Veel groenten en fruit worden geteeld in moestuinen, waar zowat elke Nederlander zonder morren wel een aantal uur per week spendeert. Vooral de sociale contacten worden geapprecieerd – eenzaamheid is niet langer een probleem in ons land.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;minder-vlees-meer-peulvruchten&#34;&gt;Minder vlees, meer peulvruchten&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;De landbouw verduurzamen impliceerde ook een ander dieet. De veestapel is grotendeels geliquideerd en het aandeel van vlees in het dieet is met 80% verminderd. De varkens en koeien die zijn overgebleven, eten (respectievelijk) voedselafval en gras, en niet langer graan of soja. De vleesproductie verder terugdringen blijkt ongewenst omdat varkens en koeien goede mest leveren. &lt;sup id=&#34;fnref:7&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:7&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;7&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Wel zijn de meeste koeien nu ossen – gecastreerde stieren – omdat die niet alleen mest en vlees leveren maar ook als lastdier worden ingezet. Nu er steeds meer werkpaarden worden gefokt – een vaardigheid die in 2020 nagenoeg verdwenen was – is het aantal melkkoeien nog verder gedaald. Kaas en boter zijn dus niet langer typische Nederlandse producten. &lt;sup id=&#34;fnref1:5&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:5&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;5&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Als basisvoedsel wordt ingezet op de productie van aardappelen, noten, groenten en peulvruchten. Peulvruchten zijn bijzonder rijk aan proteïnen en vormden gedurende het grootste deel van de geschiedenis het basisvoedsel in de landbouw. Ze zijn erg voedzaam, makkelijk te kweken, hebben geen bemesting nodig, verbeteren de vruchtbaarheid van de grond, en bevorderen de natuurlijke biodiversiteit. &lt;sup id=&#34;fnref:8&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:8&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;8&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Het is pas sinds de vorming van grote staten dat graan de rol van peulvruchten overnam. &lt;sup id=&#34;fnref:9&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:9&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;9&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2023/10/boerderij-op-menskracht/images/dithers/detail-boerderij-2_dithered.png&#34; alt=&#39;Afbeelding: Boerderij op menskracht, detail. Tekening: Melle Smets.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Afbeelding: Boerderij op menskracht, detail. Tekening: Melle Smets. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Het nieuwe landbouwbeleid in Nederland zet met name in op de productie van tempeh, een gefermenteerd product dat oorspronkelijk uit Indonesië komt. Verse tempeh heeft een smeuïge vleessmaak en kan uit de meeste peulvruchten worden gemaakt. Het bereidingsproces kost weinig energie – de lagetemperatuurwarmte wordt deels geleverd door warmte uit mesthopen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De verwarmde kassenteelt is volledige verdwenen. De meeste groenten en fruit worden nu in moestuinen geproduceerd. Het was al lang bekend dat de productiviteit van moestuinen hoger is dan die van de landbouw, omdat er meer aandacht aan de gewassen wordt besteed. &lt;sup id=&#34;fnref:10&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:10&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;10&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;sup id=&#34;fnref:11&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:11&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;11&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Bovendien worden er nu veel meer variëteiten geteeld, zodat het voedselaanbod een stuk diverser is geworden. Groenten- en fruitsoorten moeten niet langer geschikt zijn om een mechanische behandeling en transport te ondergaan. Met de schaalverkleining en de verandering in het dieet verdween ook de nood aan een koudeketen voor de bewaring van voedsel. Seizoensgebonden groenten worden vers geplukt of op het land zelf bewaard, en het resterende vee wandelt via veedreven zelf naar de markt.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;minder-stad-meer-platteland&#34;&gt;Minder stad, meer platteland&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Het nieuwe landbouwsysteem en de transitie naar een duurzame samenleving op menskracht heeft Nederland ingrijpend veranderd. Alle grote steden hebben inwoners verloren en hier en daar beginnen stadsdelen te verkommeren tot ruïnes. Het is slecht boeren en tuinieren op de vervuilde gronden van de Randstad en daarbij is een deel economische activiteit uit de steden verdwenen. Veel mensen zijn weer naar het platteland verhuisd. De dorpen zijn weer groter geworden en de Nederlandse bevolking leeft meer verspreid dan voorheen. Dat maakt ook autonome energieproductie een stuk eenvoudiger.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img  vertical&#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2023/10/boerderij-op-menskracht/images/dithers/kaart-nederland-landbouw-spierkracht_dithered.png&#34; alt=&#39;Afbeelding: Kaart van Nederland in 2050.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Afbeelding: Kaart van Nederland in 2050. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Anno 2050 zijn de natuurreservaten in Nederland volledig verdwenen. Die dateren uit een tijd toen de mens het idee had boven de natuur te staan. Sinds de verduurzaming van de landbouw is het besef gegroeid dat mens en natuur niet langer van elkaar gescheiden moeten worden. Menselijke ingrepen hebben de natuurlijke biodiversiteit zelfs bevorderd. Zo heeft het aanleggen van hakhoutplantages tot een explosie van vlindersoorten geleid. De kweek van peulvruchten betekende een boost voor de bijenpopulaties. Met het afbouwen van de veestapel en het stopzetten van chemische gewasbestrijding zijn ook de waterlopen weer zuiver geworden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Dit scenario werd bedacht voor kunstfietsroute Kunst van hier tot ginder, 10 tot 11 juni 2023. Lokatie Windmolen, Bokkelerweg, Wesepe.&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
&lt;li&gt;Human Power Plant: Scenario 4 de boerderij op menskracht&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;Tekst: Kris De Decker&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;Tekening: Melle Smets&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;Ontwerp kaart: Arvand Pourabbasi, Golnar Abassi&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;Tentoongesteld op Kunst van Hier tot Ginder.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Mogelijk gemaakt door Kunstenlab&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Meer toekomstscenario&amp;rsquo;s op de website &lt;a href=&#34;https://www.humanpowerplant.be/scenarios.html&#34;&gt;Human Power Plant&lt;/a&gt;.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;footnotes&#34; role=&#34;doc-endnotes&#34;&gt;
&lt;hr&gt;
&lt;ol&gt;
&lt;li id=&#34;fn:1&#34;&gt;
&lt;p&gt;Grigg, David B. &amp;ldquo;The World&amp;rsquo;s Agricultural Labour Force 1800-1970.&amp;rdquo; Geography (1975): 194-202.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:1&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:2&#34;&gt;
&lt;p&gt;Nag, P. K., and L. P. Gite. Human-Centered Agriculture: Ergonomics and Human Factors Applied. Springer Nature, 2020.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:2&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref1:2&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:3&#34;&gt;
&lt;p&gt;Rasmussen, Wayne D. &amp;ldquo;The mechanization of agriculture.&amp;rdquo; Scientific American 247.3 (1982): 76-89.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:3&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:4&#34;&gt;
&lt;p&gt;Smit, Meino. De duurzaamheid van de Nederlandse landbouw: 1950–2015–2040. Diss. Wageningen University and Research, 2018.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:4&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref1:4&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:5&#34;&gt;
&lt;p&gt;Scholliers, Peter. &amp;ldquo;Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel I. Techniek en modernisering. Landbouw en voeding.&amp;rdquo; Revue belge de Philologie et d&amp;rsquo;Histoire 74.3 (1996): 1028-1029.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:5&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref1:5&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:6&#34;&gt;
&lt;p&gt;Franco, Walter, and Matteo De Piccoli. &amp;ldquo;Intermediate agricultural machines energy efficiency: the example of harvesting and threshing.&amp;rdquo; Advances in Italian Mechanism Science: Proceedings of the 3rd International Conference of IFToMM Italy 3. Springer International Publishing, 2021.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:6&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref1:6&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:7&#34;&gt;
&lt;p&gt;Fairlie, Simon. Meat: A benign extravagance. Chelsea green publishing, 2010.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:7&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:8&#34;&gt;
&lt;p&gt;Ferreira, Helena, Elisabete Pinto, and Marta W. Vasconcelos. &amp;ldquo;Legumes as a cornerstone of the transition toward more sustainable agri-food systems and diets in Europe.&amp;rdquo; Frontiers in Sustainable Food Systems 5 (2021): 694121.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:8&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:9&#34;&gt;
&lt;p&gt;Scott, James C. Against the grain: A deep history of the earliest states. Yale University Press, 2017.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:9&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:10&#34;&gt;
&lt;p&gt;Crouch, David, and Colin Ward. The allotment: its landscape and culture. Faber and Faber, 1988.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:10&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:11&#34;&gt;
&lt;p&gt;Kropotkin, Petr Alekseevich, and Colin Ward. Fields, factories and workshops tomorrow. London: Allen &amp;amp; Unwin, 1974.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:11&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;/div&gt;
</description>
    </item>
    
    <item>
      <title>Een verticale boerderij bespaart geen ruimte</title>
      <link>https://qelnixcor.cloud/nl/2021/02/vertical-farming-does-not-save-space/</link>
      
      <enclosure url="https://qelnixcor.cloud/nl/2021/02/vertical-farming-does-not-save-space/images/dithers/vertical-farm_dithered.png" type="image/png" length="47726" ></enclosure>
      <pubDate>Tue, 16 Feb 2021 00:00:00 +0000</pubDate>
      
      <guid>https://qelnixcor.cloud/nl/2021/02/vertical-farming-does-not-save-space/</guid>
      <description>&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2021/02/vertical-farming-does-not-save-space/images/dithers/vertical-farm_dithered.png&#34; alt=&#39;&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Stadslandbouw in verticale, indoor “boerderijen” is in opmars. Omdat het licht voor de gewassen niet van de zon komt, maar van LED-lampen, kunnen de gewassen het hele jaar door in lagen boven elkaar worden geteeld. De voorstanders argumenteren dat er op die manier veel landbouwgrond kan worden bespaard. Bijkomende voordelen zijn dat er minder energie nodig is voor het transport van voedsel (de meeste mensen wonen in een stad) en dat er minder water en bestrijdingsmiddelen nodig zijn.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;welke-gewassen&#34;&gt;Welke gewassen?&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;De verticale boerderijen die sinds een aantal jaren commercieel actief zijn, richten zich allemaal op dezelfde gewassen. Het gaat om landbouwproducten met een hoge waterinhoud, zoals sla, tomaten, komkommers, paprika’s en kruiden. Dit zijn echter geen gewassen waarmee een stad kan worden gevoed. Ze bevatten nauwelijks carbohydraten, proteïnen of vetten. Om een stad te voeden, zijn er granen, peulvruchten, wortelgewassen, en oliehoudende gewassen nodig. Die worden nu globaal op 16 miljoen vierkante kilometer landbouwgrond geteeld – bijna de omvang van Zuid-Amerika. &lt;sup id=&#34;fnref:1&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:1&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;1&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;verticaal-tarwe-kweken&#34;&gt;Verticaal tarwe kweken&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Een kunstinstallatie die momenteel in Brussel staat opgesteld – &lt;a href=&#34;https://disnovation.org/farm.php&#34;&gt;The Farm&lt;/a&gt; – onderzoekt wat er nodig zou zijn voor het telen van tarwe in een verticale boerderij. Voor het experiment werd 1 vierkante meter tarwe gezaaid in een volledig kunstmatige omgeving. Door de input van grondstoffen zoals energie en water te meten, laat het project zien in welke mate onze voedselproductie kosteloos door natuurlijke ecosystemen wordt ondersteund. Als tarwe in de grond wordt geplant, naast en niet op elkaar, dan levert de zon gratis energie en de wolken gratis water.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;een-brood-van-345-euro&#34;&gt;Een brood van 345 euro&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Uit het experiment blijkt dat het telen van 1m2 tarwe in een kunstmatige omgeving 2.577 kilowattuur elektriciteit en 394 liter water per jaar kost. De benodigde energie voor de productie van de hardware (zoals verlichting) zit niet in deze resultaten inbegrepen, zodat het om een onderschatting gaat. Ook de energiekost van het gebouw wordt niet in rekening gebracht, en dat betreft zowel de constructie als het gebruik ervan, bijvoorbeeld voor verwarming, koeling en het oppompen van water.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2021/02/vertical-farming-does-not-save-space/images/dithers/vertical-farm2_dithered.png&#34; alt=&#39;&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;In de kostberekening is de prijs van de apparatuur (1.227 euro) wel inbegrepen. De levensduur van de infrastructuur wordt geschat op 8 jaar. Omgerekend kost de productie van 1 m2 tarwe in een kunstmatige omgeving dan 610 euro per vierkante meter per jaar (inclusief de kosten voor de infrastructuur, de elektriciteit en het water). Daarvan gaat 412 euro naar het elektriciteitsverbruik en slechts 1 euro naar het waterverbruik. Deze berekening is mogelijk een overschatting, omdat de installatie in een tentoonstellingsruimte staat opgesteld.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De installatie levert vier oogsten per jaar op. Daarvan kan vier keer een brood van 580 gram worden gemaakt, dat bijgevolg een kostprijs heeft van minstens 345 euro. Elk brood bevat 2.000 kilocalorieën, de hoeveelheid die een gemiddeld mens per dag nodig heeft. Bijgevolg is er voor elke persoon 91 m2 kunstmatige geteelde tarwe nodig, met een totale kostprijs van 125.680 euro per jaar.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;plaatsbesparing&#34;&gt;Plaatsbesparing?&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Kunstmatige verlichting bespaart ruimte omdat planten boven elkaar kunnen worden geteeld, maar als de elektriciteit voor de verlichting uit zonnepanelen komt, dan wordt de ruimtebesparing teniet gedaan door de ruimte die nodig is om de zonnepanelen te plaatsen. De verticale boerderij is een paradox, tenzij de energie door fossiele brandstoffen wordt geleverd. Maar dan is er weinig duurzaams aan.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Voor de binnenteelt van 1m2 tarwe zijn 20 m2 zonnepanelen nodig, gerekend aan een opbrengt van 175 kilowattuur per vierkante meter zonnepaneel per jaar, zo stelt het project. Dit is een flinke onderschatting, want de berekeningen zijn gebaseerd op de gemiddelde opbrengst van een zonnepaneel. ‘s Winters is er veel minder zonlicht dan ‘s zomers, zodat er in werkelijkheid veel meer zonnepanelen moeten worden geplaatst om de verticale boerderij het hele jaar door te kunnen laten werken. Er is bovendien nood aan een infrastructuur voor energieopslag, die ook geld en energie kost. Tot slot vraagt de productie van zonnepanelen ook energie, die opnieuw meer ruimte zou vragen als het productieproces zelf op zonnepanelen zou werken.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;innovatie&#34;&gt;Innovatie?&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Al deze kritiek is ook van toepassing op verticale boerderijen waarin sla en tomaten worden gekweekt, al is er in dit geval wel sprake van een flinke waterbesparing. Deze bedrijven zijn winstgevend, maar  alleen omdat het proces steunt op een aanvoer van goedkope fossiele brandstoffen. Zou de energie geleverd worden door zonnepanelen, dan wordt de ruimtebesparing opnieuw teniet gedaan door de extra ruimte voor de energievoorziening.  Het enige voordeel van een verticale boerderij is dan de kortere keten, maar we zouden net zo goed het transport tussen stad en platteland duurzamer kunnen maken.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het probleem van de landbouw is niet dat hij zich op het platteland bevindt. Het probleem is dat hij in grote mate afhankelijk is van fossiele brandstoffen. De verticale boerderij lost dat niet op, integendeel zelfs, want opnieuw wordt gratis en hernieuwbare energie (zonlicht) vervangen door dure technologie die alleen maar kan bestaan dankzij fossiele brandstoffen (led-lampen + computers + gebouwen + zonnepanelen). Onze levensstijl wordt steeds minder duurzaam, steeds afhankelijker van grondstoffen, infrastructuur, machines en fossiele energie. Dat geldt helaas ook voor zowat alle technologie die tegenwoordig als duurzaam wordt bestempeld.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Meer info: &lt;a href=&#34;https://disnovation.org/farm.php&#34;&gt;Solar Share (The Farm)&lt;/a&gt;, door Disnovation.org (Maria Roszkowska, Nicolas Maigret) en Baruch Gottlieb.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;footnotes&#34; role=&#34;doc-endnotes&#34;&gt;
&lt;hr&gt;
&lt;ol&gt;
&lt;li id=&#34;fn:1&#34;&gt;
&lt;p&gt;Smil, Vaclav. &amp;ldquo;It&amp;rsquo;ll be harder than we thought to get the carbon out [Blueprints for a Miracle].&amp;rdquo; IEEE Spectrum 55.6 (2018): 72-75.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:1&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;/div&gt;
</description>
    </item>
    
    <item>
      <title>Kan het verbranden van biomassa weer duurzaam worden?</title>
      <link>https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/</link>
      
      <enclosure url="https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/pollards-germany_dithered.png" type="image/png" length="121220" ></enclosure>
      <pubDate>Sun, 20 Sep 2020 00:00:00 +0000</pubDate>
      
      <guid>https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/</guid>
      <description>&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/pollards-germany_dithered.png&#34; alt=&#39;Knotbomen in Duitsland. Afbeelding: René Schröder (CC BY-SA 4.0).&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Knotbomen in Duitsland. Afbeelding: René Schröder (CC BY-SA 4.0). 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;h2 id=&#34;hoezo-is-het-omhakken-van-bomen-duurzaam&#34;&gt;Hoezo is het omhakken van bomen duurzaam?&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Wie tegenwoordig de verbranding van biomassa aanmoedigt als duurzaam alternatief voor het gebruik van fossiele brandstoffen, wordt met pek en veren de stad uitgejaagd. Hier is bijvoorbeeld een greep uit de reacties op (de Engelstalige versie van) het artikel over &lt;a href=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/05/thermoelectric-stoves-ditch-the-solar-panels/&#34;&gt;thermo-elektrische kachels&lt;/a&gt;:&lt;/p&gt;
&lt;ul&gt;
&lt;li&gt;&amp;ldquo;Zoals de recente film &amp;ldquo;Planet of the Humans&amp;rdquo; aantoont, is biomassa (m.a.w. dode bomen) absoluut geen hernieuwbare energiebron, ook al wordt het door de E.U. wel op die manier geclassificeerd.&amp;rdquo;&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;&amp;ldquo;Hoezo is het omhakken van bomen duurzaam?&amp;rdquo;&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;&amp;ldquo;Het artikel vergeet te vermelden dat een houtkachel meer CO2 produceert dan een kolencentrale per ton hout/kool die wordt verbrand.&amp;rdquo;&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;&amp;ldquo;Dit is pure waanzin. Bomen verbranden om onze CO2-voetafdruk te verkleinen, is oxymoronisch.&amp;rdquo;&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;&amp;ldquo;De CO2-voetafdruk op zich is al gruwelijk.&amp;rdquo;&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;&amp;ldquo;Het grootste probleem met het verbranden van eender wat, is dat het na verbranding voor altijd verdwenen is.&amp;rdquo;&lt;/li&gt;
&lt;li&gt;&amp;ldquo;De enige dwaze vraag die ik kan toevoegen aan dit dwaze stuk is: waar komt al dat hout vandaan?&amp;rdquo;&lt;/li&gt;
&lt;/ul&gt;
&lt;p&gt;In tegenstelling tot wat de commentaren suggereren, promoot het artikel niet het gebruik van biomassa als energiebron. Het argumenteert dat wanneer er &lt;em&gt;sowieso&lt;/em&gt; hout als energiebron wordt opgestookt &amp;ndash; wat voor ongeveer 40 % van de wereldbevolking dagelijkse realiteit is &amp;ndash; er net zo goed elektriciteit uit die warmte kan worden gehaald, als bijproduct. Dat kan dus met een thermo-elektrische generator. Maar ook dat deed de critici niet van mening veranderen. Eén van hen schreef: &amp;ldquo;We moeten proberen om het verbranden van hout globaal te elimineren in plaats van het aantrekkelijker te maken.&amp;rdquo;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Kortom, biomassa wordt tegenwoordig als een inherent problematische energiebron beschouwd &amp;ndash; vergelijkbaar met fossiele brandstoffen. En dat is bizar, want het gaat in tegenstelling tot fossiele brandstoffen wel degelijk over een hernieuwbare brandstof. Voor alle duidelijkheid: de critici hebben gelijk als ze stellen dat de productie van biomassa allesbehalve duurzaam verloopt. Maar die praktijken zijn het gevolg van een relatief recente, industriële vorm van bosbouw. Kijken we naar historische vormen van bosbeheer, dan wordt al snel duidelijk dat biomassa potentieel de meest duurzame energiebron is die er op deze planeet bestaat.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;hakhout-hout-oogsten-zonder-bomen-te-doden&#34;&gt;Hakhout: hout oogsten zonder bomen te doden&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Vandaag de dag wordt het meeste hout geoogst door bomen te doden. Wij vinden dat normaal, maar voor de Industriële Revolutie werd hout van levende bomen geoogst. Ze werden niet omgehakt, maar geknot. Dit zogenaamde &amp;ldquo;hakhoutbeheer&amp;rdquo; is gebaseerd op de natuurlijke capaciteit van veel loofboomsoorten om uit hun stam of wortels nieuwe groei te ontwikkelen, bijvoorbeeld als gevolg van schade door vuur, wind, sneeuw, dieren, pathogenen of (op hellingen) vallende stenen. Voor de productie van hakhout worden bomen laag bij de grond afgezaagd, waarna er uit de basis &amp;ndash; de &amp;lsquo;stoel&amp;rsquo; of de &amp;lsquo;stoof&amp;rsquo; &amp;ndash; meerdere nieuwe scheuten ontstaan die samen tot een meerstammige boom uitgroeien.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/coppice-stool_dithered.png&#34; alt=&#39;Afbeelding: Een hakhoutstoof. Bron: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Afbeelding: Een hakhoutstoof. Bron: Geert Van der Linden. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/coppiced-patch_dithered.png&#34; alt=&#39;Een recent gehakte groep eikenbomen. Bron: Henk vD. (CC BY-SA 3.0)&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Een recent gehakte groep eikenbomen. Bron: Henk vD. (CC BY-SA 3.0) 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/surrey_dithered.png&#34; alt=&#39;Hakhoutstoven in Surrey, Engeland. Bron: Martinvl (CC BY-SA 4.0)&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Hakhoutstoven in Surrey, Engeland. Bron: Martinvl (CC BY-SA 4.0) 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Wanneer we ons een bos of een houtplantage voorstellen, dan denken wij aan een landschap vol hoge bomen. Maar tot aan het begin van de twintigste eeuw werden ongeveer de helft van alle Europese bossen geknot, wat een heel ander landschap opleverde.  &lt;sup id=&#34;fnref:1&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:1&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;1&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Uit archeologisch onderzoek blijkt dat het gebruik van hakhout terug gaat tot de Steentijd, toen het werd gebruikt om paalwoningen en voetpaden in moerassen aan te leggen. De duizenden takken die daarvoor nodig waren, moesten allemaal even groot zijn, iets wat zonder het beheerst snoeien van bomen onmogelijk was. &lt;sup id=&#34;fnref:2&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:2&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;2&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/map-czech-republic_dithered.png&#34; alt=&#39;&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/map-spain_dithered.png&#34; alt=&#39;Kaarten: Schets van de historische verspreiding van hakhoutbossen in Tsjechië (boven) en in Spanje (onder). Bron: &amp;amp;quot;Coppice forests in Europe&amp;amp;quot;, zie [^1]&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Kaarten: Schets van de historische verspreiding van hakhoutbossen in Tsjechië (boven) en in Spanje (onder). Bron: \&#34;Coppice forests in Europe\&#34;, zie [^1] 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Deze techniek vormde sindsdien de standaard aanpak voor (brand)houtproductie –- niet enkel in Europa maar over de hele wereld. Het gebruik van hakhout breidde zich sterk uit in de achttiende en negentiende eeuw omdat de snelgroeiende bevolking en industrie (productie van glas, ijzer, tegel en kalk) de houtreserves onder druk zetten.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;een-korte-kapcyclus&#34;&gt;Een korte kapcyclus&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Omdat de jonge scheuten van een geknotte boom kunnen profiteren van een welontwikkeld wortelsysteem, kan er sneller hout worden geproduceerd dan in het geval van een hoogstammige boom. Of, juister: hoewel het fotosynthetische rendement hetzelfde blijft, produceert een hoge boom meer biomassa ondergronds (in de wortels) terwijl een geknotte boom meer biomassa produceert bovengronds (in de scheuten) &amp;ndash; en dat laatste is uiteraard een stuk praktischer. &lt;sup id=&#34;fnref:3&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:3&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;3&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Deels omwille van deze reden was hakhoutbeheer gebaseerd op korte kapcyclussen: er werd meestal om de twee tot vier jaar gekapt, hoewel er ook kortere (om het jaar) en langere (tot 15 jaar) kapcyclussen werden toegepast.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/rijshoutaanplantingen_dithered.png&#34; alt=&#39;&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/hakhoutpercelen_dithered.png&#34; alt=&#39;Hakhoutstoven met verschillende kapcyclussen. Foto: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Hakhoutstoven met verschillende kapcyclussen. Foto: Geert Van der Linden.  
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Dankzij de korte kapcyclussen was een hakhoutbos een snelle, regelmatige en betrouwbare bron van brandhout. Een hakhoutbos werd vaak in verschillende gelijkmatige compartimenten opgedeeld die overeenstemden met het aantal jaren in een cyclus. Werden de scheuten bijvoorbeeld om de drie jaar geoogst, dan deelde men het bos op in drie delen en werd elk jaar uit een ander deel hout geoogst .&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het gebruik van korte kapcyclussen betekende ook dat het slechts enkele jaren duurde vooraleer de koolstofdioxide, vrijgekomen door het verbranden van het hout, gecompenseerd werd door de koolstofdioxide die werd opgenomen door de jongen scheuten. Dat maakte een hakhoutbos werkelijk CO2-neutraal. In erg korte kapcycli kwam het zelfs voor dat de jonge scheuten klaar waren voor de oogst terwijl de vorige oogst net voldoende droog was om te verbranden.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Bij sommige boomsoorten groeien na verloop van tijd steeds minder scheuten uit de ‘stoven’. Deze bomen werden dan omgehakt en vervangen door nieuwe bomen. Een andere mogelijkheid was het overschakelen naar een langere kapcyclus, zodat de bomen meer tijd kregen om nieuwe scheuten te ontwikkelen. Andere boomsoorten blijven dan weer nieuwe scheuten produceren, ongeacht de leeftijd van de boomstam. In een rijke bodem met goede bewatering kunnen ze op die manier eeuwenlang nieuw hout aanleveren. Overlevende houtstoven vandaag kunnen wel meer dan duizend jaar oud zijn.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;biodiversiteit&#34;&gt;Biodiversiteit&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Hakhoutbeplantingen kunnen zowel een ‘bos’ of een ‘plantage’ worden genoemd, maar in feite zijn ze niet het één en niet het ander. Hoewel ze door mensen onderhouden worden, brengen hakhoutbossen of -plantages geen schade toe aan de omgeving, integendeel. Ze kunnen een rijkere biodiversiteit bezitten dan niet-onderhouden bossen, omdat ze uit verschillende zones bestaan met andere groeistadia en een andere lichtinval. Hakhoutbeplantingen hebben uiteraard ook een rijkere biodiversiteit dan industriële houtplantages, waar weinig of geen dieren en planten voorkomen, en die langere kapcyclussen hanteren.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/coppice-netherlands_dithered.png&#34; alt=&#39;Houthakstoven in Nederland. Foto: K. Vliet (CC BY-SA 4.0)&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Houthakstoven in Nederland. Foto: K. Vliet (CC BY-SA 4.0) 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/sweet-chestnut_dithered.png&#34; alt=&#39;Zoete kastanjehoutstoven in Flexham Park, Sussex, England. Foto Charlesdrakew, publiek domein.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Zoete kastanjehoutstoven in Flexham Park, Sussex, England. Foto Charlesdrakew, publiek domein. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Dit alles wil niet zeggen dat onze voorouders nooit grote bomen omhakten. Het verschil is dat ze dat alleen maar deden wanneer grote stammen of planken nodig waren, bijvoorbeeld om schepen, gebouwen, bruggen en windmolens te bouwen. &lt;sup id=&#34;fnref:4&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:4&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;4&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Hakhoutbossen konden ook een aantal hoge bomen bevatten, terwijl de andere bomen errond wel regelmatig gesnoeid werden. Bovendien werden hoge bomen soms deels gesnoeid, bijvoorbeeld door het regelmatig oogsten van hun zijtakken.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;multi-inzetbare-bomen&#34;&gt;Multi-inzetbare bomen&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;De archetypische, industriële houtplantage bevat evenwijdige, regelmatige rijen bomen van dezelfde leeftijd en dezelfde soort. Deze monocultuur genereert ook een voorspelbare output: ofwel hout om mee te bouwen, houtpulp voor papierproductie, of brandstof voor energiecentrales. Een hakhoutbos is daarentegen veel diverser en de bomen hebben meerdere functies tegelijk: ze produceren brandhout, bouwmaterialen én veevoer.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;De lengte van de kapcyclus stond in relatie tot de gewenste houtafmetingen, die dan weer bepaald werden door de toepassing van het hout. Aangezien niet elk type hout geschikt was voor elke type gebruik, bestonden hakhoutbossen daarom vaak uit een variëteit aan boomsoorten en bomen met verschillende leeftijden.  Er konden zelfs takken van verschillende afmetingen en met verschillende kapcycli op eenzelfde stoof worden gekweekt. Als de economische activiteit veranderde, dan konden ook de kapcycli worden aangepast.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/geriefhoutbos_dithered.png&#34; alt=&#39;Een klein houtperceel &amp;amp;ndash; een &amp;amp;quot;geriefhoutbosje&amp;amp;quot; &amp;amp;ndash; met een mix van hakhout, knotbomen en gewone bomen. Foto: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Een klein houtperceel -- een \&#34;geriefhoutbosje\&#34; -- met een mix van hakhout, knotbomen en gewone bomen. Foto: Geert Van der Linden. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Gemeenschappen gebruikten hakhout om nagenoeg alles te bouwen wat ze nodig hadden. &lt;sup id=&#34;fnref:5&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:5&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;5&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Jonge wilgenscheuten zijn bijvoorbeeld erg flexibel en dus ideaal om manden en kratten mee te weven. Het snoeisel van de zoete kastanje, dat tijdens het drogen niet uitzet of krimpt, werd gebruikt om allerlei soorten tonnen en vaten mee te maken. Es en boswilg, die groot en stevig hout produceren, werden ingezet om de handvaten van borstels, bijlen, rieken, spaden en andere gereedschappen te vervaardigen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Jonge takken van de hazelaar werden over hun gehele lengte gesplitst en tussen de houten spijlen van bouwwerken gevlochten (vitselstek) om vervolgens met leem en koeienmest opgevuld en afgewerkt te worden (dat heet in Vlaanderen “plak-en-stak”). Hazelaarscheuten hielden ook strooien en rieten daken bij elkaar. Elzen en wilgen, die onder water heel lang meegaan, werden gebruikt als funderingspalen en oeverversterkingen. Het constructiehout dat uit de hakhoutbossen werd geoogst, had geen negatieve invloed op de voorraad brandhout: omdat de artefacten vaak lokaal werden gebruikt, konden ze aan het einde van hun leven als brandhout worden gebruikt.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/leaf-fodder_dithered.png&#34; alt=&#39;Bladvoeding oogsten in de Leikanger commune, Noorwegen. Foto: Leif Hauge. Bron: [^19]&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Bladvoeding oogsten in de Leikanger commune, Noorwegen. Foto: Leif Hauge. Bron: [^19] 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Hakhoutbossen produceerden ook heel wat voedsel. Aan de ene kant voorzagen ze de mensen van fruit, bessen, truffels, noten, paddenstoelen, kruiden, honing en wild. Aan de andere kant vormden ze in de winter een belangrijke bron van veevoeder voor de boerderijdieren. Voor het begin van de Industriële Revolutie werden veel schapen en geiten gevoed met zogenaamd “bladvoeder” of “bladhooi” – blaadjes met of zonder takjes. &lt;sup id=&#34;fnref:6&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:6&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;6&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Iepen (olmen) en essen zijn de meest voedzame varianten. Schapen kregen ook linde, hazelaar, vogelkers, berk en zelfs eik te eten, terwijl geiten ook met bladeren van de els gevoed werden. In meer bergachtige regio’s kregen ook paarden, koeien, varkens en zijderupsen bladeren. Bladvoeder werd in cyclussen van drie tot zes jaar geproduceerd, wanneer de takken het hoogste ratio bladeren tegenover hout produceerden. Nadat de dieren de bladeren hadden opgegeten, werden de takken als brandhout gebruikt.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;knotbomen--kaphagen&#34;&gt;Knotbomen &amp;amp; kaphagen&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;De jonge scheuten van hakhoutstoven zijn door grazende dieren zeer gegeerd. Daarom werden hakhoutbossen vaak voor dieren afschermd door er grachten, hekken of hagen rond te zetten. Het hoger knotten van bomen liet daarentegen toe om dieren en bomen het land te laten delen. Het enige verschil tussen hakhoutstoven en knotbomen is dat de laatsten niet vlak boven het maaiveld maar op een hoogte van ongeveer twee meter worden geknot. De jonge scheuten zijn dan onbereikbaar voor de grazende dieren.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/coppice-forms_dithered.png&#34; alt=&#39;Verschillende snoeimethoden. Illustratie: Helen J. Read, zie bron [^1].&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Verschillende snoeimethoden. Illustratie: Helen J. Read, zie bron [^1]. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/pollards-segovia_dithered.png&#34; alt=&#39;Geknotte bomen in Segovia, Spanje. Foto: Ecologistas en Acción.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Geknotte bomen in Segovia, Spanje. Foto: [Ecologistas en Acción](https://www.ecologistasenaccion.org/35724/). 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Tijdens de herfst werden varkens in bossen van geknotte eiken gestuurd om er zich te voeden met de gevallen eikels. Dit systeem vormde in Europa eeuwenlang het fundament van de productie van varkensvlees. &lt;sup id=&#34;fnref:7&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:7&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;7&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; “Hoogstamboomgaarden” combineerden fruitteelt met veeteelt: de geknotte fruitbomen voorzagen de dieren van schaduw zonder dat die het fruit te pakken kregen. Bovendien bemesten de dieren de bodem waarin de bomen groeien.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/dehesa-with-bird_dithered.png&#34; alt=&#39;Bos of weiland? Iets ertussenin. Een “dehesa” (varkensbosboerderij) in Spanje. Foto: Basotxerri (CC BY-SA 4.0).&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Bos of weiland? Iets ertussenin. Een “dehesa” (varkensbosboerderij) in Spanje. Foto: Basotxerri (CC BY-SA 4.0). 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/dehesa-huelva_dithered.png&#34; alt=&#39;Vee graast tussen geknotte bomen in Huelva, Spanje. (CC BY-SA 2.5)&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Vee graast tussen geknotte bomen in Huelva, Spanje. (CC BY-SA 2.5) 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/meadow-orchard_dithered.png&#34; alt=&#39;Eenhoogstamboomgaard omringd door een levende haag in Rijkhoven, België. Foto: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Eenhoogstamboomgaard omringd door een levende haag in Rijkhoven, België. Foto: Geert Van der Linden. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Hoewel landbouw en bosbouw nu strikt gescheiden activiteiten zijn, was dat vroeger heel anders: de boerderij was het bos en omgekeerd. Het zou zinvol zijn deze twee opnieuw samen te brengen aangezien landbouw en veeteelt – niet houtproductie – de grootste oorzaken zijn van ontbossing. Als bomen dieren kunnen voeden, dan moeten vlees- en zuivelproductie niet leiden tot grootschalige ontbossing. En als gewassen in velden met bomen kunnen worden gekweekt, dan hoeft ook de landbouw niet tot ontbossing te leiden. Bosboerderijen zouden bovendien dierenwelzijn, bodemvruchtbaarheid en erosiebestrijding bevorderen.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;lijnbeplantingen&#34;&gt;Lijnbeplantingen&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Grootschalige hakhoutplantages werden vaak als een gemeenschapsgrond of “meent” onderhouden. Maar hakhoutbeheer werd niet uitsluitend in bossen op grote schaal toegepast. Ook individuele huishoudens plantten hakhout aan. Dat gebeurde vaak als lijnbeplanting rondom boerenerven, velden en weilanden, of naast gebouwen, paden, wegen en waterlopen. Hakhout verscheen hier ook in de vorm van dichtbeplante hagen. &lt;sup id=&#34;fnref:8&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:8&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;8&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/hedge-landscape_dithered.png&#34; alt=&#39;Haaglandschappen in Normandië, Frankrijk, rond 1940. Foto: W Wolny, publiek domein.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Haaglandschappen in Normandië, Frankrijk, rond 1940. Foto: W Wolny, publiek domein. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/ferrari-map_dithered.png&#34; alt=&#39;Lijnbeplantingen in Vlaanderen, België. Detail van de Ferraris-kaart, 1771-78.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Lijnbeplantingen in Vlaanderen, België. Detail van de Ferraris-kaart, 1771-78.  
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Hoewel lijnbeplantingen meestal geassocieerd worden met Engeland, kwamen ze in ongeveer heel Europa voor. In 1804 drukte de Britse historicus Abé Mann zijn verbazing uit over het landschap in Vlaanderen: “Alle velden zijn omsloten met hagen, en dichtbeplant met bomen, tot op het punt dat het hele uitzicht van het land, vanop een zekere hoogte aanschouwd, uit één groot bos lijkt te bestaan.” Typisch voor de regio waren de grote hoeveelheden knotbomen. &lt;sup id=&#34;fnref1:8&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:8&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;8&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Net als hakhoutbossen waren lijnbeplantingen divers van aard en voorzagen ze mensen van brandhout, bouwmaterialen en bladvoer voor dieren. Maar in tegenstelling tot hakhoutbossen hadden ze vanwege hun locatie ook andere functies. &lt;sup id=&#34;fnref:9&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:9&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;9&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Eén daarvan was het scheiden van akkers en velden: lijnbeplantingen hielden boerderijdieren op de weide, terwijl ze tegelijk wilde dieren of grazend vee van gemeenschappelijke gronden buiten hielden. De hagen konden met verschillende technieken ondoordringbaar worden gemaakt, zelfs voor kleine dieren zoals konijnen. Rondom weilanden konden rijen van dicht op elkaar geplante knotbomen (“kaphagen”) grote dieren zoals koeien tegenhouden. &lt;sup id=&#34;fnref2:8&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:8&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;8&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/yew-hedge_dithered.png&#34; alt=&#39;Detail van een taxushaag. Foto: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Detail van een taxushaag. Foto: Geert Van der Linden.  
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/hedgerow_dithered.png&#34; alt=&#39;Een heg. Foto: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Een heg. Foto: Geert Van der Linden.  
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/pollarded-tree-hedge_dithered.png&#34; alt=&#39;Een kaphaag in Nieuwekerken, België. Foto: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Een kaphaag in Nieuwekerken, België. Foto: Geert Van der Linden. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/coppice-stools-pasture_dithered.png&#34; alt=&#39;Hakhoutstoven in een weiland. Foto: Jan Bastiaens.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Hakhoutstoven in een weiland. Foto: Jan Bastiaens. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Individuele bomen en lijnbeplantingen boden ook bescherming tegen het weer. Lijnbeplanten beschutten velden, boomgaarden en moestuinen tegen de wind, die bodemerosie veroorzaakt en jonge gewassen beschadigt. In warme klimaten beschermden bomen landbouwgewassen tegen de zon en bevruchtten ze tegelijk de bodem. Geknotte lindes, die een erg dichte bladgroei hebben, werden vaak vlak naast bouwwerken geplaatst, om ze te beschermen tegen wind, regen en zon. &lt;sup id=&#34;fnref:10&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:10&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;10&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Mesthopen werden door één of meerdere bomen beschermd om te voorkomen dat zon of wind de kostbare grondstof deed slinken. Op het erf van een watermolen werd het houten wiel van de molen door een boom afgeschermd opdat het niet zou krimpen of uitzetten in tijden van droogte of inactiviteit. &lt;sup id=&#34;fnref3:8&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:8&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;8&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/pollarded-tree-protects-waterheel_dithered.png&#34; alt=&#39;Een geknotte boom beschermt een waterrad. Foto: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Een geknotte boom beschermt een waterrad. Foto: Geert Van der Linden.  
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/schermbeplanting_dithered.png&#34; alt=&#39;Geknotte lindebomen beschermen een boerderij in Nederbrakel, België. Foto: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Geknotte lindebomen beschermen een boerderij in Nederbrakel, België. Foto: Geert Van der Linden. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;h2 id=&#34;locatie-is-belangrijk&#34;&gt;Locatie is belangrijk&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Langs paden, wegen en waterlopen vervulden bomen en lijnbeplantingen vaak dezelfde locatie-specifieke functies als op boerderijen. Koeien en varkens werden over speciaal daarvoor ingerichte paden geleid, die omlijnd waren door hagen, hakhout en knotbomen. Toen de trein in het landschap verscheen, voorkwamen lijnbeplantingen botsingen met dieren. Langs wegen beschermden rijen van struiken en bomen wandelaars tegen het weer. Bovendien markeerden ze de weg bij sneeuwval. Lijnbeplantingen gingen ook bodemerosie tegen aan oevers en holle wegen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Deze functies van lijnbeplantingen konden in principe ook door houten hekken worden vervuld, die een aantal voordelen hebben ten opzichte van levende hagen. Ze zijn sneller te bouwen, makkelijker te verplaatsen, nemen minder plaats in, en nemen geen licht en voedsel af van landbouwgewassen op de akkers. &lt;sup id=&#34;fnref:11&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:11&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;11&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Toch was de levende haag in een context van houtschaarste een beter idee, en soms zelfs een verplichting. Een levende haag levert immers voortdurend hout op, terwijl een houten hekwerk net een voortdurende houtconsumptie met zich meebrengt. Hoewel een hek op korte termijn tijd en ruimte bespaart, impliceert het wel dat het hout voor de constructie en het onderhoud elders uit de omgeving moet worden gehaald.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/pollarded-line-planting-belgium_dithered.png&#34; alt=&#39;Kaphaag in België. Foto: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Kaphaag in België. Foto: Geert Van der Linden. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Het lokaal gebruik van hout werd gemaximaliseerd. Zo was de boom die naast het waterrad van een molen werd gepland, niet zomaar eender welke boom. Het was een Rode kornoelje of een iep, omdat het hout daarvan uitermate geschikt was om onderdelen voor het raderwerk te bouwen. Was er een onderdeel aan vervanging toe, dan kon het constructiehout meteen vlak naast de molen worden geoogst. Vanuit eenzelfde idee werden lijnbeplantingen langs zandwegen gebruikt om in het onderhoud van die wegen te voorzien. De jonge scheuten werden in bundels samengebonden en gebruikt als fundering of om gaten mee op te vullen. Omdat de bomen geknot of afgezet werden in plaats van omgehakt, stond het ene gebruik het andere nooit in de weg.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Als mensen vandaag de dag ijveren voor het aanplanten van meer bomen, dan wordt er weinig of geen aandacht besteed aan de precieze locatie van die bomen. Doelstellingen worden geformuleerd in termen van beboste oppervlakte of aantallen bomen. Maar zoals deze voorbeelden aantonen, kan het kiezen van de juiste locatie het potentieel van bomen nog veel groter maken.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;door-schaarste-gevormd&#34;&gt;Door schaarste gevormd&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Hakhoutbeheer is grotendeels verdwenen in industriële samenlevingen, hoewel knotbomen nog wel terug te vinden zijn in straten en parken. Hun snoeisel wordt nu als afval beschouwd, terwijl het vroeger een hele gemeenschap van energie, materiaal en voedsel kon voorzien. Als hakhoutbeheer zo veel voordelen had, waarom is het dan verdwenen? Het antwoord is simpel: fossiele brandstoffen. Onze voorouders maakten gebruik van hakhout omdat ze niet over fossiele brandstoffen beschikten, en wij maken geen gebruik van hakhout omdat we wel toegang hebben tot fossiele brandstoffen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Om te beginnen hebben fossiele brandstoffen de plaats van hout ingenomen als bron van energie en materialen. Kolen, gas en olie hebben brandhout vervangen om te koken, te verwarmen, en industriële processen uit te voeren. Metaal, beton en baksteen – materialen die al vele eeuwen bestaan – werden pas op grote schaal als alternatief voor hout ingezet toen ze met fossiele brandstoffen konden worden geproduceerd. Later kwam daar ook plastic bij.&lt;/p&gt;
&lt;blockquote&gt;
&lt;p&gt;Het zijn de beperkingen van menskracht en dierkracht die de methode van hakhoutbeheer hebben gecreëerd en gevormd.&lt;/p&gt;
&lt;/blockquote&gt;
&lt;p&gt;Kunstmest, een product van fossiele brandstoffen, gaf een flinke boost aan het telen van veevoeder, terwijl op fossiele brandstoffen werkende transportmiddelen een wereldwijde handel in veevoeder stimuleerden. Dat maakte bladvoer overbodig. De mechanisering van de landbouw – aangestuurd door fossiele brandstoffen – leidde ertoe dat gewassen op veel grotere schaal kon worden verbouwd, wat betekende dat bomen en lijnbeplantingen plaats moesten ruimen om grotere machines te kunnen inzetten.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Minder vanzelfsprekend, maar minstens even belangrijk, is het feit dat fossiele brandstoffen de bosbouw zelf tot een industrie hebben omgevormd. Het oogsten, bewerken en transporteren van hout is vandaag volledig afhankelijk van fossiele brandstoffen, terwijl hetzelfde werk in vroegere tijden volledig door mensen en dieren werd gedaan &amp;ndash; en die haalden hun brandstof zelf uit biomassa. Het zijn de beperkingen van menskracht en dierkracht die de methode van hakhoutbeheer hebben gecreëerd en gevormd.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/harvest-pollards_dithered.png&#34; alt=&#39;Het oogsten van hout van knotbomen in België, 1947. Foto : Zeylemaker, Co., Nationaal Archief (CCO)&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Het oogsten van hout van knotbomen in België, 1947. Foto : Zeylemaker, Co., Nationaal Archief (CCO) 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/transporting-coppiced-wood_dithered.png&#34; alt=&#39;Brandhout transporteren in het Baskenland. Bron: Notes on pollards: best practices&amp;amp;rsquo; guide for pollarding. Gipuzkoaka Foru Aldundía-Diputación Foral de Giuzkoa, 2014.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Brandhout transporteren in het Baskenland. Bron: Notes on pollards: best practices&#39; guide for pollarding. Gipuzkoaka Foru Aldundía-Diputación Foral de Giuzkoa, 2014. 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Hout werd manueel geoogst en bewerkt, gebruikmakend van eenvoudige gereedschappen zoals hak- en kapmessen, beugelhaken, bijlen en (later) zagen. Omdat de arbeidsintensiteit van het manuele houthakken toeneemt met de stamdiameter, was het goedkoper en praktischer om meerdere kleine takken te oogsten in plaats van grote bomen om te hakken. Bovendien was het nadien niet nodig het hakhout te splitsen. De scheuten werden op een lengte van 1 meter afgesneden en samengebonden in takkenbossen, wat een handig formaat was.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Voor het transport van brandhout waren onze voorouders afhankelijk van karren die over vaak slechte wegen door dieren werden voortgetrokken. Tenzij het over water kon worden vervoerd, moest brandhout worden geoogst binnen een straal van maximum 15-30 km van de plaats van gebruik. &lt;sup id=&#34;fnref:12&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:12&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;12&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Voorbij deze afstanden hadden de dieren meer energie nodig dan het vervoerde hout opleverde. In dat geval had het meer zin om brandhout te telen op de grond waarop de trekdieren graasden. &lt;sup id=&#34;fnref:13&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:13&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;13&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Er waren enkele uitzonderingen op deze afstandsregel. Sommige industriële activiteiten, zoals de productie van ijzer, konden naar verderliggende bossen verplaatst worden. Het transport van ijzer was economischer dan het transport van het brandhout dat nodig was om het ijzer te produceren. Maar doorgaans bevonden hakhoutbossen (en uiteraard ook lijnbeplantingen) zich in de directe omgeving van gemeenschappen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Kortom, hakhoutbeheer ontstond in een context van beperkingen. Omwille van de snelle groei en het veelzijdig ruimtegebruik maximaliseerde hakhout de lokale houtvoorraad van een regio. Tegelijk maakten de kleine takken, dicht bij de grond, een manuele oogst en transport zo makkelijk mogelijk.&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;kan-hakhout-gemechaniseerd-worden&#34;&gt;Kan hakhout gemechaniseerd worden?&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Vanaf de twintigste eeuw deed de motorzaag haar intrede, en sinds de jaren 1980 wordt hout steeds vaker geoogst door machines die volledige bomen in slechts enkele minuten kunnen omleggen en in stukken zagen. Fossiele brandstoffen brachten ook sneller en goedkoper transport, dat eerder ontoegankelijke houtreserves bereikbaar maakte. Vandaag kan brandhout aan de ene kant van de wereld worden geproduceerd, en aan de andere kant worden geconsumeerd.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Het gebruik van fossiele brandstoffen produceert CO2 terwijl het bosbeheer uit vroegere tijden een compleet CO2-neutrale activiteit was. Maar nog belangrijker is dat fossiele brandstoffen de houtproductie veel grootschaliger hebben gemaakt. &lt;sup id=&#34;fnref:14&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:14&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;14&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Fossiel transport heeft de band doorgeknipt tussen vraag en aanbod, terwijl die vroeger de kern vormde van bosbeheer. Als de houtvoorraad beperkt is door de transportmogelijkheden, dan heeft een gemeenschap geen andere keuze dan er voor te zorgen dat vraag en aanbod voortdurend in balans zijn. Lukt dat niet, dan ontstaat er een tekort aan energie, materialen en voedsel.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/mechanised-coppice_dithered.png&#34; alt=&#39;Mechanisch gestuurde wilgenhoutplantage. Kort na de kap (rechts), drie jaar oude groei (links). Foto: Lignovis GmbH (CC BY-SA 4.0).&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Mechanisch gestuurde wilgenhoutplantage. Kort na de kap (rechts), drie jaar oude groei (links). Foto: Lignovis GmbH (CC BY-SA 4.0).  
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Op een vergelijkbare manier heeft de volledig gemechaniseerde bosbouw de schaal in dergelijke mate opgevoerd dat duurzaam en multifunctioneel gebruik van bomen onmogelijk is geworden. Als er grote machines worden ingezet, dan is het volledig omhakken van grote bomen veel economischer dan hakhoutbeheer. In de industriële bosbouw kan één arbeider tot wel 60m³ hout per uur oogsten. De manuele houthak kan niet standhouden in een economisch systeem dat de vervanging van menselijke arbeid door machines aanmoedigt.&lt;/p&gt;
&lt;blockquote&gt;
&lt;p&gt;Manuele houthak kan niet standhouden in een economisch systeem dat de vervanging van menselijke arbeid door machines aanmoedigt.&lt;/p&gt;
&lt;/blockquote&gt;
&lt;p&gt;Een aantal wetenschappers en ingenieurs hebben dit proberen op te lossen door hakhout-oogstmachines te bouwen. &lt;sup id=&#34;fnref:15&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:15&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;15&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Maar mechanisatie zet hakhoutbeheer al gauw op glad ijs. De machines zijn enkel praktisch en winstgevend als ze op ietwat grotere terreinen (&amp;gt; 1 ha) bomen kunnen snoeien van dezelfde soort, dezelfde leeftijd en met éénzelfde doel (vaak brandstofhout voor stroomopwekking). Zoals we eerder zagen, sluit dit vele oudere vormen van hakhoutbeheer uit, zoals het gebruik van multifunctionele bomen en lijnbeplantingen. Voeg daar nog een transportvorm aan toe die op fossiele brandstoffen draait, en het resultaat is een type industrieel hakhoutbeheer dat niet noodzakelijk veel beter is dan de huidige industriële houtproductie.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/coppice-brook_dithered.png&#34; alt=&#39;Hakhout langs een beek in &amp;amp;rsquo;s Gravenvoeren, België. Foto: Geert Van der Linden.&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Hakhout langs een beek in &#39;s Gravenvoeren, België. Foto: Geert Van der Linden.  
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Duurzaam bosbeheer is in essentie lokaal en manueel. Dat betekent niet dat we het verleden exact moeten kopiëren om biomassa weer duurzaam te maken. De straal waarin hout wordt aangeleverd, kan bijvoorbeeld groter worden door transportvormen te gebruiken met een lage energiekost zoals vrachtfietsen of kabelbanen. Die zijn een stuk efficiënter dan paard en kar, en kunnen zonder fossiele brandstoffen werken. Ook handgereedschap is efficiënter en ergonomischer geworden. Motorzagen aangedreven door biobrandstof zijn ook een mogelijkheid. &lt;sup id=&#34;fnref:16&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:16&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;16&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;h2 id=&#34;het-verleden-leeft-verder&#34;&gt;Het verleden leeft verder&lt;/h2&gt;
&lt;p&gt;Dit artikel vergeleek de industriële productie van hout met historische vormen van bosbeheer in Europa, maar in feite is het niet nodig om in het verleden inspiratie te gaan zoeken. De gemeenschappen waar mensen nog steeds hout verbranden om te kunnen koken en verwarmen, zijn geen klanten van de industriële bosbouw. Ze oogsten hun brandhout op een manier die heel erg lijkt op hoe wij dat vroeger deden, hoewel de boomsoorten en het klimaat vaak erg kunnen verschillen. &lt;sup id=&#34;fnref:17&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:17&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;17&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Een studie uit 2017 berekende dat de houtconsumptie door mensen in &amp;ldquo;ontwikkelingsgebieden&amp;rdquo; – goed voor 55% van het houtgebruik wereldwijd en 9-15% van het totale globale energieverbruik – slechts voor 2-8% verantwoordelijk is voor de antropogene impact op het klimaat. &lt;sup id=&#34;fnref:18&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:18&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;18&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt; Waarom zo weinig? Omdat ongeveer twee-derde van het geoogste hout in ontwikkelingslanden duurzaam wordt geoogst, schrijven de onderzoekers. Mensen verzamelen voornamelijk dood hout, planten meer hout buiten de bossen, knotten en snoeien bomen, en verkiezen multifunctionele bomen, die veel te kostbaar zijn om zomaar om te hakken. De motieven zijn gelijk aan die van onze voorouders: zonder toegang tot fossiele brandstoffen zijn deze mensen afhankelijk van de lokale houtaanvoer, die manueel geoogst en vervoerd moet worden.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;article-img &#34;&gt;
&lt;figure data-imgstate=&#34;dither&#34;&gt;
&lt;img src=&#34;https://qelnixcor.cloud/nl/2020/09/how-to-make-biomass-energy-sustainable-again/images/dithers/african-women-carrying-firewood_dithered.png&#34; alt=&#39;Afbeeldingen: Afrikaanse vrouwen dragen brandhout. (CC BY-SA 4.0)&#39; loading=&#34;lazy&#34;/&gt;&lt;/figure&gt;
&lt;figcaption class=&#34;caption&#34;&gt;
 Afbeeldingen: Afrikaanse vrouwen dragen brandhout. (CC BY-SA 4.0) 
&lt;/figcaption&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;/div&gt;
&lt;p&gt;Het probleem is niet dat biomassa op zichzelf een onduurzame energiebron is. Als de hele mensheid zou leven zoals de 40% die vandaag de dag nog steeds afhankelijk is van biomassa, dan zou er geen sprake zijn van een klimaatverandering. Het probleem is een energieslurpende levensstijl. Uiteraard kunnen we geen hoogtechnologische, industriële groeisamenleving ondersteunen met hakhout en lijnbeplantingen. Maar hetzelfde geldt natuurlijk ook voor wind- en zonne-energie, en op wat langere termijn ook voor uranium en fossiele brandstoffen.&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;Kathy Vanhout hielp bij de Nederlandse vertaling van dit artikel.&lt;/p&gt;
&lt;div class=&#34;footnotes&#34; role=&#34;doc-endnotes&#34;&gt;
&lt;hr&gt;
&lt;ol&gt;
&lt;li id=&#34;fn:1&#34;&gt;
&lt;p&gt;Verschillende bronnen: Unrau, Alicia, et al. Coppice forests in Europe. University of Freiburg, 2018. // Notes on pollards: best practices’ guide for pollarding. Gipuzkoako Foru Aldundia-Diputación Foral de Gipuzkoa, 2014. // A study of practical pollarding techniques in Northern Europe. Report of a three month study tour August to November 2003, Helen J. Read. // Aarden wallen in Europa, in “Tot hier en niet verder: historische wallen in het Nederlandse landschap”, Henk Baas, Bert Groenewoudt, Pim Jungerius and Hans Renes, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2012.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:1&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:2&#34;&gt;
&lt;p&gt;Logan, William Bryant. Sprout lands: tending the endless gift of trees. WW Norton &amp;amp; Company, 2019.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:2&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:3&#34;&gt;
&lt;p&gt;Holišová, Petra, et al. &amp;ldquo;Comparison of assimilation parameters of coppiced and non-coppiced sessile oaks&amp;rdquo;. Forest-Biogeosciences and Forestry 9.4 (2016): 553.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:3&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:4&#34;&gt;
&lt;p&gt;Perlin, John. &lt;em&gt;A forest journey: the story of wood and civilization.&lt;/em&gt; The Countryman Press, 2005.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:4&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:5&#34;&gt;
&lt;p&gt;&lt;a href=&#34;https://www.onroerenderfgoed.be/publicaties/handleiding-voor-het-inventariseren-van-houtige-beplantingen-met-erfgoedwaarde&#34;&gt;Handleiding voor het inventariseren van houten beplantingen met erfgoedwaarde&lt;/a&gt;. Geert Van der Linden, Nele Vanmaele, Koen Smets en Annelies Schepens, Agentschap Onroerend Erfgoed, 2020. Voor een goede (maar beknopte) referentie in het Engels, zie Rotherham, Ian. &lt;em&gt;Ancient Woodland: history, industry and crafts.&lt;/em&gt; Bloomsbury Publishing, 2013.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:5&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref1:5&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref2:5&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref3:5&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:6&#34;&gt;
&lt;p&gt;Toen bladvoer over heel Europa gebruikt werd, was het vooral gebruikelijk in bergachtige regio’s zoals Scandinavië, de Alpen en de Pyreneëen. In Zweden in 1850 bijvoorbeeld consumeerden 1,3 miljoen schapen en geiten jaarlijks meer dan 190 miljoen bundels, waarvoor ten minste 1 miljoen hectare aan bladverliezend houtland geëxploiteerd werd, meestal in de vorm van knotbomen. De oogst van bladvoer is ouder dan het gebruik van hooi als wintervoer. Takken konden met stenen werktuigen versneden worden, terwijl gras bronzen of ijzeren gereedschappen vereiste. Terwijl het meeste knotten en hakken in de winter werd gedaan, gebeurde de oogst van de bladval logischerwijze in de zomer. Bundels vol bladvoer werden vaak in de geknotte bomen bewaard om te drogen. Bronnen: Logan, William Bryant. Sprout lands: tending the endless gift of trees. WW Norton &amp;amp; Company, 2019. // A study of practical pollarding techniques in Northern Europe. Report of a three month study tour August to November 2003, Helen J. Read. // Slotte H., &amp;ldquo;Harvesting of leaf hay shaped the Swedish landscape&amp;rdquo;, &lt;em&gt;Landscape Ecology&lt;/em&gt; 16.8 (2001): 691-702.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:6&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:7&#34;&gt;
&lt;p&gt;Wealleans, Alexandra L. &amp;ldquo;Such as pigs eat: the rise and fall of the pannage pig in the UK&amp;rdquo;. Journal of the Science of Food and Agriculture 93.9 (2013): 2076-2083.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:7&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:8&#34;&gt;
&lt;p&gt;Deze informatie is gebaseerd op verschillende Nederlandstalige publicaties:  &lt;a href=&#34;https://www.onroerenderfgoed.be/publicaties/handleiding-voor-het-inventariseren-van-houtige-beplantingen-met-erfgoedwaarde&#34;&gt;Handleiding voor het inventariseren van houten beplantingen met erfgoedwaarde&lt;/a&gt;. Geert Van der Linden, Nele Vanmaele, Koen Smets en Annelies Schepens, Agentschap Onroerend Erfgoed, 2020. // &lt;a href=&#34;https://www.onroerenderfgoed.be/publicaties/handleiding-voor-het-beheer-van-hagen-en-houtkanten-met-erfgoedwaarde&#34;&gt;Handleiding voor het beheer van hagen en houtkanten met erfgoedwaarde&lt;/a&gt;. Thomas Van Driessche, Agentschap Onroerend Erfgoed, 2019 // &lt;a href=&#34;http://www.rld.be/publicaties-28148/natuur-en-landschapsinfo/239-knotbomen-knoestige-knapen&#34;&gt;Knotbomen, knoestige knapen: een praktische gids&lt;/a&gt;. Geert Van der Linden, Jos Schenk, Bert Geeraerts, Provincie Vlaams-Brabant, 2017. // &lt;a href=&#34;https://www.onroerenderfgoed.be/publicaties/handleiding-het-beheer-van-historische-dreven-en-wegbeplantingen&#34;&gt;Handleiding: Het beheer van historische dreven en wegbeplantingen&lt;/a&gt;. Thomas Van Driessche, Paul Van den Bremt and Koen Smets. Agentschap Onroerend Erfgoed, 2017. // Dirkmaat, Jaap. Nederland weer mooi: op weg naar een natuurlijk en idyllisch landschap. ANWB Media-Boeken &amp;amp; Gidsen, 2006. // Een goede bron is het Engels is: Müller, Georg. Europe&amp;rsquo;s Field Boundaries: Hedged banks, hedgerows, field walls (stone walls, dry stone walls), dead brushwood hedges, bent hedges, woven hedges, wattle fences and traditional wooden fences. Neuer Kunstverlag, 2013. // Wanneer lijnbeplantingen voornamelijk werden gebruikt voor houtproductie, werden ze iets verder van elkaar geplant zodat er meer licht doorkon en er dus een hogere houtproductie mogelijk was. Werden ze eerder gebruikt als erf- en weide-afscheidingen, stonden ze dichter opeen geplant; De verminderde houtproductie werd dan gecompenseerd door een vollere groei.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:8&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref1:8&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref2:8&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref3:8&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:9&#34;&gt;
&lt;p&gt;In feite konden ook hakhoutbossen een locatie-specifieke functie vervullen: ze konden rondom steden of nederzettingen geplaatst worden om voor de vijand een ondoordringbaar obstakel te vormen, zowelte voet als te paard. De bossen kunnen door lukraak schieten niet even eenvoudig vernietigd worden, wat met muren en omwallingen wel het geval was. Bron: &lt;sup id=&#34;fnref1:5&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:5&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;5&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:9&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:10&#34;&gt;
&lt;p&gt;Lindebomen werden zelfs gebruikt om brand te voorkomen. Ze werden net naast een bakkerij gebouwd om te voorkomen dat opspringende vonken naar hout- en hooistapels of rieten daken konden overspringen. Bron: &lt;sup id=&#34;fnref2:5&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:5&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;5&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:10&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:11&#34;&gt;
&lt;p&gt;Het feit dat levende hagen en bomen moeilijker te verplaatsen zijn dan omheiningen van dood hout had ook zijn praktische voordelen. In Europa was er tot aan de Franse bezetting, geen landregister en werden grenzen fysiek in het landschap aangeduid. Het werk van een landmeter werd “ondertekend” met het planten van een boom, wat een stuk moeilijker is om stiekem te verschuiven dan een paal of een hek. Bron: &lt;sup id=&#34;fnref3:5&#34;&gt;&lt;a href=&#34;#fn:5&#34; class=&#34;footnote-ref&#34; role=&#34;doc-noteref&#34;&gt;5&lt;/a&gt;&lt;/sup&gt;&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:11&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:12&#34;&gt;
&lt;p&gt;En, wanneer het hout wel over water over langere afstanden vervoerd kon worden, moest het hout evenwel niet verder dan 15-30km van de rivier of de kust geoogst kunnen worden.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:12&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:13&#34;&gt;
&lt;p&gt;Sieferle, Rolf Pieter. The Subterranean Forest: energy systems and the industrial revolution. White Horse Press, 2001.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:13&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:14&#34;&gt;
&lt;p&gt;Over de verschillende schalen van houtproductie, zie ook: Jalas, Mikko, and Jenny, Rinkinen. &amp;ldquo;Stacking wood and staying warm: time, temporality and housework around domestic heating systems&amp;rdquo;, Journal of Consumer Culture 16.1 (2016): 43-60. // Rinkinen, Jenny. &amp;ldquo;Demanding energy in everyday life: insights from wood heating into theories of social practice.&amp;rdquo; (2015).&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:14&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:15&#34;&gt;
&lt;p&gt;Vanbeveren, S.P.P., et al. &amp;ldquo;Operational short rotation woody crop plantations: manual or mechanised harvesting?&amp;rdquo; Biomass and Bioenergy 72 (2015): 8-18.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:15&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:16&#34;&gt;
&lt;p&gt;Daarentegen kunnen kettingzagen een nefast effect hebben op sommige boomsoorten, zoals een verminderde groei or een grotere kans om ziektes over te dragen.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:16&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:17&#34;&gt;
&lt;p&gt;Verschillende bronnen die refereren aan traditionele bosbouw-praktijken in Afrika: Leach, Gerald, and Robin Mearns. Beyond the woodfuel crisis: people, land and trees in Africa. Earthscan, 1988. // Leach, Melissa, and Robin Mearns. &amp;ldquo;The lie of the land: challenging received wisdom on the African environment.&amp;rdquo; (1998) // Cline-Cole, Reginald A. &amp;ldquo;Political economy, fuelwood relations, and vegetation conservation: Kasar Kano, Northerm Nigeria, 1850-1915.&amp;rdquo; Forest &amp;amp; Conservation History 38.2 (1994): 67-78.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:17&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;li id=&#34;fn:18&#34;&gt;
&lt;p&gt;Meerdere referenties: Bailis, Rob, et al. &amp;ldquo;Getting the number right: revisiting woodfuel sustainability in the developing world.&amp;rdquo; Environmental Research Letters 12.11 (2017): 115002 // Masera, Omar R., et al. &amp;ldquo;Environmental burden of traditional bioenergy use.&amp;rdquo; Annual Review of Environment and Resources 40 (2015): 121-150. // Study downgrades climate impact of wood burning, John Upton, Climate Central, 2015.&amp;#160;&lt;a href=&#34;#fnref:18&#34; class=&#34;footnote-backref&#34; role=&#34;doc-backlink&#34;&gt;&amp;#x21a9;&amp;#xfe0e;&lt;/a&gt;&lt;/p&gt;
&lt;/li&gt;
&lt;/ol&gt;
&lt;/div&gt;
</description>
    </item>
    
  </channel>
</rss>
